Zoeken in deze blog

Wordt geladen...
Guido Vermeulen's mail art envelopes are like worlds into themselves and at the same time they are part of the much larger whole.

(a comment by NANCY BELL SCOTT, USA, on the IUOMA network)

Guido's paintings are like finding images in the clouds
(a comment by Kathleen D. Johnson, USA, on IUOMA)

Guido does not paint monsters but spirits and ghosts, full of love, tenderness and compassion
(LIZA LEYLA during a conversation, Belgium)

His ability to express emotions through painting is a beautiful gift. Allowing oneself to feel sadness is the most direct route through grief. His paintings feel peaceful and kind.

(STEPHEN WALKER, USA)


My life is shifting... Your work is intangible, ethereal, cosmically rewarding. i eat it up & savor it like a great sandwich! It made my day!
(Lisa PEREZ, USA, on IUOMA)

Thank you for the TALISMAN painting on the envelope. It is real cool and creepy at the same time. I haven’t seen a piece of abstract capture such as pain and emotion so well since I visited the museum of art in Toledo. Bravo!
(Sarah Jo Pender, USA, from the Indiana Women’s Prison)

I suppose you could characterize Guido's painting style as expressionist. I know he is very interested in dreams as a source for art and poetry, and these particular chapter pages seem like shadowy dream corridors filled with shifting images and scenes. The Michaux quotes work as a counterpoint, Guido's art is taking over when the limits of language have been reached.
(De Villo Sloan, USA, on my tribute pages to Henri Michaux, see LAMUSAR blog)

Guido’s art expressions are always poems and they show us the reality of our real faces and souls (Mariana Serban, Romania)

His titles have both inspired and educated me (Alicia Starr, USA)

zaterdag 23 augustus 2014

Connections


Card made by Aleksander Limarev from Novosibirsk, Siberia, Russia
including some of my mail art and photo portrait by Lavona Sherarts, Saint Cloud, Minesota, USA

donderdag 21 augustus 2014

Verhalen uit café De Paardenbloem: 5. Begrijp je?

5. Begrijp je? (verhalen uit café De Paardenbloem)

*
Marti was verheugd om oom Pooris weer te zien die een deel van zijn Bingowinsten had opgespaard om naar Bulgarije te reizen, een vakantie vooral als een gepland blij weerzien met zijn familie ter plaatse.
-Je bent eerder terug dan verwacht?
-Ach man, ik was amper aangekomen en mijn jongere broer stierf. Ik heb hem mee helpen begraven en hoestte het grootste deel van die kosten, van een ingekort verlof gesproken!
-Hoe erg…
-Nou ja, hij heeft zich dood gedronken, c’est la vie.
-De langzaam maar zekere zelfdoding dus.
Pooris knikte kort en nors.
-Velen onder ons bewandelen dat wankele pad.
-Een strohalm tussen leven en dood, tussen vermeend plezier en afzien.
-Zelfs van stro kan je alcohol maken en alle redenen om te drinken en meer te drinken zijn goed.
-De revolte schuilt niet in de fles. De fles doodt de revolte.
Het klonk haast als een opmerking van Verbijt die samen met Michiel naar Oostende was afgezakt om het standbeeld van Polle de Tweede symbolisch de hand af te hakken, zo had hij zelf gezegd.
Marti echter vermoedde dat V & M grote sier maakten op het naaktstrand van Bredene.
-Breng mij het hand als proefstuk, had hij nog gezegd voor hun vertrek maar beiden hadden toen wijselijk gezwegen.

*
Later die avond botste Marti op Antwan, een knotsgekke Italiaan van middelbare leeftijd, die om de haverklap rode kaarten en penalty’s uitdeelde aan iedereen in café De Paardenbloem wanneer hij iets hoorde dat hem niet beviel of zomaar voor de fun, zonder enig verklaarbare reden.
Marti sympathiseerde spontaan met Antwan maar vermeed met hem te praten want de kleinste opening was voldoende voor een monoloog van minstens 15 minuten en elke zin werd daarenboven storend onderbroken door “capito?”, een soort verbijsterende imitatie van de seksgodin Vendie van Banten die echter onbekend was in Italia Mia.
Antwan danste bijna aanstootgevend en schurkte zich ostentatief tegen de bolle buiken van 2 oudere Turkse vrouwen, die dat heel plezant schenen te vinden, hem speels tegemoet kwamen en dus vrolijk meebotsten maar hem tegelijkertijd waarschuwden: “we dansen alleen maar voor ons plezier en voor niets meer”. Nou ja, het was wel iets meer dus.
Niets meer dan plezier betekent meestal meer dan plezier.
De twee dames waren in gezelschap van 2 zatte Turkse mannen die het dansgedrag van hun gezelschapsdames maar matig apprecieerden en dan maar woest tekeer gingen richting Antwan.
Ze bestonden op en bedreigden de vrolijke Italiaan. Een pak slaag zat er aan te komen!

FeeRiet probeerde zachtaardig te bemiddelen maar dat hielp niet echt.
Soft spin seldom stops violence in te making.
Plots stond Arnie op, een Turkse vriend van de Armeniër FeeRiet, een kleerkast met spierballen en een torso die indrukwekkender waren dan die van superstar The Terminator, vandaar zijn roepnaam Arnie.
Arnie hoefde nooit agressief te zijn. Enkel zijn opstaan en het rollen van de spieren in zijn bovenarmen waren voldoende om aanstonds de verhitte gemoederen te bedaren.
Arnie blokkeerde glimlachend het pad van de het woedende duo naar Antwan.
-Allez gasten, hij danst maar en zij nodigen hem bovendien uit. Er is geen boosaardig opzet of kwaad spel mee gemoeid. Laat hem dus gerust.
Kwik en Flupke zaten misnoegd weer neer en Arnie schoof mee aan tafel om hen nog meer te kalmeren en te bemoederen want hij kende zijn pappenheimers.
Antwan riep muisluid dat hij niets verkeerd had gedaan maar verschool zich toch even aan de kleinste rechterzijde van de tapkast.
Eén van de twee vrouwen gilde dat zij een vrije vrouw was, dat zelfs haar ex-man niet het recht had haar te commanderen of tussen te komen om haar te beroven van dit dans- en mogelijk paargedrag.
-Je suis une femme libre et célibataire ou pas?!
Marti begreep vlug de situatie en keek even in hun richting.
-Geef Arnie een biertje van mij, zei hij tegen FeeRiet, want ik bewonder zijn stille tussenkomsten. FeeRiet tapte 2 pinten want hij had hetzelfde gedacht.
-Tu veux danser, chéri?vroeg de Turkse aan Marti maar die bedankte wijselijk.
Zij verdween dan maar misnoegd naar buiten om een zogenaamde sigaret te roken, even later gevolgd door een olijke bokkenspringende Antwan.
Beiden tongzoenden elkaar voor minuten in het schemerdonker van het terras.
Antwan verscheen als eerste terug binnen en zette zich ongevraagd naast Marti.
-Ah, cela m’a fait du bien! Capito?
-Capito, Super Bok.

*
-Antwan, begrijp je dit gedicht van mijn vriend Jef Parkiet? en Marti citeerde uit het hoofd:
Dode Schaduwen

De schaduw van de fles
vormt een wulpse gitaar
met uitstekende vrouwenkont.

De lang uitgerekte tepel in mijn mond
stopt mijn dorst heel even ingesnoerd;
zou het ook een penis kunnen zijn?
De gedachte beeft heel even
in de oksel van een wereld die nooit verfrist.

Ik drink stiekem in de mist.
De mist drinkt geheim in mij.
Het doekje voor het bloeden beeft in haar.

Schaduwen verplaatsen zich
met de snelheid van het licht.
Zo blijven zij ongrijpbaar
van pool tot evenaar
& van evenaar tot andere pool.

IJsvrij zal ons bestaan nooit zijn.
Dat is mijn wens ten minste want anders
zijn wij vrij snel en met zijn allen
dood omwille van voor altijd bevaarbare zeeën
& onhoudbare vogelweeën.

-C’est du  flamand, je ne capito pas du tout mais je comprends bien le néerlandais.
-Ach Antwan, nu helaas moet ik tegen jou zeggen: c’est à ton tour d’encaisser carte rouge et penalty!

Iedereen in het café barstte in lachen uit, zelfs de verenigde verdeelde Turken.

GV
21 augustus 2014

woensdag 20 augustus 2014

VOGEL-VRIJ

VOGEL- VRIJ (verhaal uit de bundel “De Dierenrepubliek”)

Wat is het perspectief van een “vrije vogel des velds” als hij het slachtveld overvliegt?
Walgt hij of zij van de stank der gebroken ledematen van mens en dier, broederlijk verenigd in de gezamenlijke dood, samengesmolten als vetklompen in modder, slijk en prikkeldraad?
Kan de vogel met zijn piepkleine oog de ratten zien, laat staan de luizen in de loopgraven die zich te pletter eten op het festijn van zowel afgestorven als nog steeds levende lichamen?
Of zijn deze vragen overbodig voor wie de nacht verbindt met de dageraad?
En de liefde bezingt voor dood en omgekeerd?

De mens aan de macht; hij haat de vogel in de lucht!
Hij benijdt de vrijheid van de overbruggende vogel en de vrije mens die zich niet schikt aan wetten, dwangbevelen en gezag wordt dan maar “vogelvrij” verklaard.
Er staat een prijs op zijn hoofd. Hij moet gevangen genomen worden. So he becomes a jail bird.
Verschrikkelijke analogie en getuige in taal van de afgunst en de haat tegenover de vrije vogel. “Robin des Bois” was a Robin, you know.
Waarom valt mij dit nu pas op, na meer dan 60 jaar van menselijke brainwashing? Het antwoord ligt besloten in de vraagstelling.

“Vogeltje, gij zijt gevangen en in een kotteke zult gij hangen”.
De onbeschrijfelijke wreedheid van een kinderwijsje. Ik zong het als kind omdat ik het deuntje leuk vond, dacht niet na (hoe kon ik toen?) bij de betekenis van de woorden maar zelfs veel later vond ik het overbodig om terug te keren naar de verscholen boodschappen van “les chansons de ma jeunesse innocente”,
naar die verpletterende vernauwing van een opgedrongen realiteit die er in feite geen is, behalve voor bekrompen machtszoekers en beoefenaars allerhande.
Ik besta, dus gij gaat hangen” of in zijn ver(p)lichte vorm “ik stop de vrijheid in een vogelkooi AKA de gevangenis”.

Ik herinner me een Turkse film waarbij een Koerdische man in de gevangenis terecht komt voor een onzinnige reden en hij laat dan zijn gezel, een zangvogel in kooi, ontsnappen door de tralies van zijn eigen cel. Haast janken deed ik toen omwille van de symboliek. Nu dijk ik mijn tranen niet langer in maar laat ze de vrije loop. Het wenen is het privilege van het ouder worden.

Met daarbij de prangende vraag hoe je de vrije traan kunt gevangen nemen of houden?
Water ontsnapt steeds opnieuw via de kleinste opening. Je hebt geen tsunami of dijkbreuk nodig om dit “mirakel” te verwezenlijken.
Het gebeurt steeds opnieuw, spontaan, oncontroleerbaar ook.
Ik moet steeds het nat uit mijn ogen wrijven en toch blijft het oude wijven regenen. Ik kan ze niet verbannen of uitzetten als ongewenste vreemdelingen.
Ik word wakker in mijn eigen snot en kwijl en het sop van de eigen ogen.
Hoe expulseer je jezelf?

Het oog van de vogel, het vogel-perspectief, het perspectief van de vogel die dat van de mechanische camera ruimteloos overtreft.

Het oog van de vogel heeft geen nood aan batterijen.
Het herlaadt zichzelf niet.
Het heeft daar geen behoefte aan.
Het sterft met de indruk van het laatste licht van het slachthuis op zijn sluitende zieltogende iris.
Dood hoeft niet per sé een vernauwing te zijn maar kan een nieuwe opening inluiden via andere zintuigen dan het oog van de stervende woestijnroos.

Ondertussen gaat het aloude volksvermaak van “vinken vangen” om ze in piepkleine kooien te stoppen verder tussen Vlaamse pot en pint.
Wie deze vorm van vogel-slavernij overleeft, kan “verplicht zingen” in wedstrijden naast de zeekanalen des doods en wie het mooiste kweelt, verdient een prijs voor de eigenaar van de vogel-slaaf.
En U, madam, meneer, vraagt mij waarom ik ¨¨¨%%µµµ.::ççç??£££ !!!
(brul als een kwade aap, dus).

A.   Marti, augustus 2014

PS
Boze lezersbrief in gazet DE PATRIOT van een zekere Frederik Noske:


Jullie beroven ons van de laatste plezierkes die ons resten zoals de vinkenslag. De mens wordt gefolterd door zijn medemens sinds eeuwig. Hij kan dit compenseren door dit te herhalen op de dieren want ten slotte zijn de beesten daarmee begonnen. Een kind rukt de vleugels van een vlinder uit omdat a) het toch maar een stomme rups is en b) de overleving van de levensbedreigende dinosaurus. Elke compensatie voor onze ellende is een weg naar vrede. Oorlog is nodig omdat het de oorlog kan beëindigen. Vogels horen thuis in nauwe gevangeniscellen want verbeelden per definitie de oorlogsmoeheid in plaats van te getuigen de broodnodige oorlogsmoed…

woensdag 13 augustus 2014

VRIJWILLIGE ONTHOOFDING


Een verhaal uit de dierenrepubliek

Ik ben geen man van staal, dacht hij toen hij de ijzerdraad rond zijn nek bond en zich van de trap wierp. Nochtans was de kamikaze geen Japanner maar een oude Belg. Zijn hoofd werd langzaam maar zeker van de romp gescheiden en viel naar beneden; het hoofd belandde ergens in de benedenverdieping van de kelder onder water.

Op zijn borst had hij een tekst gespijkerd:
-ik ben een plattelandschinees zonder messen of giftige landbouwproducten
-ik ben een kind van Gaza
-ik beminde de vrijheid van het denken en me uitdrukken, meer dan het keurslijf van het zogenaamde vrije denken zelf die me dicteert hoe ik moet denken of me uitdrukken in een “aanvaardbaar” taalgebruik in de naam van het collectief.

Bloed stroomde als een petieterig beekje door de gangen en de muren van het huis. Het sijpelde ons bestaan in en dat van de dieren en de planten aan de zijkant. Hun wederzijdse dialoog klonk zowel aarzelend als overtuigend.
-Plegen beesten ook zelfmoord? vroeg kater Buzz aan het reuzenkonijn Nero.
Die gniffelde een beet in zijn vragende onderlip.
-Olifantenkerkhoven, aangestrande walvissen zonder zichtbare redenen, lemmingen die zich in zee storten, vogels die zich te pletter vliegen tegen glazen ramen, konijnen die zich gewillig laten vangen in hun holen wanneer het te warm is, katten die…
-Stop, stop, miauwde Tarantino. Mijn oorlog is er vooral één met de overlast aan vlooien. Hij krabbe demonstratief en pieste in het rond om de overtuiging van zijn terrein af te bakenen.
-Vlooien zijn mensen in miniatuur, meende Nero. Sommigen kun je min of meer vertrouwen. Anderen bezien je alleen als voedsel voor de kookpot of aaien je verleidelijk tot ze het beu zijn en dan smijten ze je buiten of zetten je op de muren. Je hebt de vrije keuze te creperen op straat. Je wordt bespuwd, geschopt, geslagen, opgejaagd, gevangen genomen, gecastreerd.
Wij zijn de spiegels der ongewilde lagere proleten, zoals Indische vrouwen uit de lagere kasten worden wij geknipt tegen onze eigen wil in de naam van het menselijke dierenwelzijn. Wij maken te veel kabaal en ongewenste jongeren. Wij hebben geen stem in dit verhaal, laat staan stemrecht.
-Wat te doen?
Het drietal keek elkaar even aan en staarde dan aarzelend richting resten van het bevriende menselijke lijk.
-Hij had er genoeg van, dat is duidelijk, miauwde Tarantino.
-We moeten redwoods zoeken, blies Buzz terug en ons terugtrekken zoals de apen deden.
-Ik ben geen aap maar een reuzenkonijn, wierp Nerop op.

-Alle grootsheid begint klein, mijn lief konijn, waren de laatste woorden van de onthoofde man.
-Alle kleinheid is groots, sloten de dieren af.
-Het probleem is dat er geen sequoia’s bestaan in Vlaanderen en omstreken.
-Alsof dit het enige probleem was of is, proestte Nero uit. Hij behoorde dan ook tot het bijna uitgestorven ras der zwarte Vlaamse reuzen en was dus geen lid van de NVA. Nero was een geheugenaanhanger van Antoon Pira.
-Geheugenverlies? vroeg het konijn zich even later af. Bestaat dat in de geschiedenis van het rollende bollende hoofd of enkel in het rood van bloeddoorlopen ogen die zich sluiten na 1 seconde.
-Who knows, who cares and who gives a damn? antwoordden de beide anderen. Buzz en Tarantino bleven straatkatten tot het bittere
EINDE.




GV

Augustus 2014

dinsdag 5 augustus 2014

Onthoofde Tijd, nogmaals.

Nogmaals, onthoofde tijd

De regelmaat van een klok,
wat is dat eigenlijk, bestaat dit echt?
Eén minuut kan uren duren
& soms vliegt de tijd met lichtsnelheid
voorbij.

Wat is tijdsbesef op Aarde, op Venus of op Mars?
Zijn alle drie gelijk?
Ik denk het niet en verkies de twijg van de twijfel.

Wat is de tijd voor de foetus in de baamoeder?
Wat is de tijd voor een stervende?
Wat is tijd na de dood?

De vervelende regelmaat van het uurwerk
is een fictie, een economische opgedrongen uitvinding
waaraan dwangmatig werk getoetst wordt,
prestaties beoordeeld en veroordeeld worden
volgens mens- en dieronvriendelijke schemas,
laat ons dus vooral zwijgen over het ritme van de planten.
Dat soort tijd is de botte wachtende hakbijl
voor onze ontblote nekken.
Snelgerecht, what’ s in a name?

Tik tak tak tik.
Hij duwt met zijn vinger
tergend langzaam
op de knop van het ontstekingsmechanisme.

Tak tik tik tak.
Enola Gay dropt zijn lading liquid love.
De adem van de paddenstoelen,
de uitgewaaide en uitgezaaide sporen van seconden
duren reeds 69 jaren lang, een erotiek der vernietiging
die nooit lijkt te eindigen
of te kunnen eindigen...

Tijd op het schavot van de tijd,
wat moet ik me daarbij zat voorstellen?
En kan ik dat dan uitdrukken
in exact meetbare tijdsmomenten en segmenten?
Ik denk het niet en verkies de twijfel van de twijg.
Kun je de nietigheid van tijd meten
voor en na de big bang?
Duister wacht op Licht,
bang voor de Geboorte,
bevreesd voor de naweeën
& de onvoorspelbare kroost.

Het heelal beefde
heel even?
Of was het veel langer?
Wie zal het zeggen?
Misschien is die schokbeweging
nooit gestopt en reizen wij
onbewust op de onwiskundige golven
van het zaad van onbestaande goden.
Wie zal het zeggen?
Hoe lang duurt een woord als woord.


GV
Augustus 2014
In de Orchidee



Verhalen uit café De Paardenbloem, 4. ANKH

4. ANKH

Dzjimmie deed zijn beklag bij Marti:
-Joske is misschien wel een tof mens en een kranige oude dame maar zij maakt mijn commerce kapot, man toch! Zij maakt en deelt zomaar soep uit aan de minderbedeelden en die blijven dan weg uit mijn inspirerende Congolees evangelisch gebedshuis. En zij is waarschijnlijk zelfs geen echte kristenvrouw. Dat kan toch niet, zuchtte hij diep.
-Toch wel, Josie heeft een kruisbeeld op haar schouw hangen en deelt af en toe zelfs ongewilde kruiskes toe in momenten van angst en vertwijfeling.
-Mais, elle n’est pas autorisée par le Papzak de Rom à faire cela. Zij mag dit niet doen en bovendien het is een vrouw. Elle va brûler en enfer, cette hérétique!
Marti die de abortusverhalen uit de vorige eeuw van J. kende maar daar wijselijk over zweeg tegenover de opgezweepte predikant, geeuwde even verveeld en antwoordde kort:
-Ik denk niet dat ze zich een zak aantrekt van jouw banbliksems of die van Papzak Benoitus de Kleine.
Dzjimmie, waarom doen jullie dit steeds opnieuw? Jullie stoten alleen maar meer mensen af, niet dat dit nu mijn bekommernis is maar toch. Ik begrijp niet echt wat jullie nu eigenlijk nog willen van de mensen of van de wereld tout court.
-Marti, mon ami, ik ben een overtuigde volgeling van bisschop Leonardus Plexus de Achtste en in tijden van crisis plooi je je terug op de core business van het spijkerharde geloof want anders ga je totaal ten onder. De keuze is tussen verzuipen of verdrinken in de moderniteit of boven blijven drijven met het vasthout uit het roemrijke verleden. Back to the roots!
-De inquisitie als reddend vlot, spotte Marti maar Dzjimmie liet die kelk aan zich voorbij gaan.
-Je moet dat toch in een correcte historische context plaatsen, copain, on ne peut pas comparer les oranges de Saint Nicolas avec le manioc africain.
-Leg dat maar eens uit aan bijvoorbeeld de Joodse mensen die als straatverlichting werden gebruikt in Portugal om het huwelijk te vieren tussen de katholieke koning en koningin Portugal X Spanje. Met straatverlichting bedoel ik spontaan aangestoken brandstapels, verduidelijkte Marti.
Dzjimmie vloekte inwendig en niet hardop want anders moest hij te biechten gaan en bij wie dan wel?
-Je leest te veel geschiedenisboekskes, Marti, dat is niet goed, ge moet niet alles geloven wat daarin staat en ge verkwist te veel van uw kostbare tijd bij die Portugese migranten in café Den Nieuwen Braga, allemaal leden van de club Les amis de l’œillet Rouge.
-Et Blanc et Noir, grapte Marti. Er is één ding in uw wederwoord dat mij bevalt, Dzjimmie en dat is dat ik niet alles moet geloven. Het geloof is inderdaad een hopeloze etterbuil van en voor het kwade in deze wereld. Behalve in de oorlog natuurlijk, als het bommen regent dan zitten de kerken vol.
-Je ne discute plus avec toi, hijgde de predikant kwaad.
-Nog een rondje, mannen? vroeg de nieuwe dienster van FeeRiet die Africana heette.
Zij was een wulpse zwarte vrouw met een glimlach die nog groter was dan haar overweldigende weelderige boezem. Ze was afkomstig uit Sierra Leone en sprak vloeiend 27 talen maar omdat ze geen officieel diploma had, vond ze nergens goed betaald werk, dus had ze maar gekozen om te werken in de horecazaken in de dorpsstad die haar wilden te werk stellen want zwarten werden nog steeds met een scheef oog bekeken tenzij het officieel goedgekeurde adepten waren van bisschop Leonardus Plexus de 8ste.
Africana had één of ander heidens teken in de vorm van een sierraad rond haal nek hangen, bengelend in de groeven van haar diepe décolleté met uitzicht op de Kilimanjaro Mountains.
Dat laatste was een flauw grapje van Michiel die sinds Africana werkte in de Paardenbloem er elke morgen zijn koffie dronk, schoorvoetend want hij verkende eerst het café op zoek naar bevriende gezichten die hem wellicht trakteerden op het dagelijkse bakje zwarte troost.
Dzjimmie negeerde Africana bits. Voor hem was zij een duivelse vrouw en een vijand, een obstakel voor zijn nieuw evangelische bekeringsijver.
-Daar gaat de grootafrikaanse gedachte, had Verbijt opgemerkt na het aanschouwen van de stilzwijgende oorlog tussen beiden.
Lady Nepjuweel kon Africana ook al niet luchten want die droeg namelijk echte juwelen en geen nepglazen ornamenten. Ze ratelde dan maar nerveus met haar eigen opzichtige waardeloze troep.
-Ik vind dat niet normaal, fluisterde zij in het gewillig oor van Anzjel de Vertwijfelde.
-Waar haalt ze het geld vandaan om zoiets te kunnen betalen?
-Het moet wel een hoer zijn! was de onvermijdelijk lijdende conclusie van de 2 misnoegde afgelikte roddeltantes.
Alicia Lara was langs gekomen om een thee te drinken met Marti en Verbijt. Dat deed ze af en toe. Ze keek vol bewondering naar het juweel rond de hals van Africana.
-ANKH, had ze zachtjes gezegd.
-Ah, het gordijn gaat eindelijk open, merkte Marti gevat op.
-Chérie, est-ce-que vous avez des racines égyptiennes?
-Maar we zijn toch allemaal Egyptenaren. Nefertiti was een zwarte, weet je wel.
-Kristus wellicht ook dan.
-Dzjimmie zal dat plezant vinden.
-Neen, die gelooft in en belijdt de ene, ware, blanke god. Als de ziel zwart is, moet god zo wit zijn als biologische plattekaas.
Africana lachte luid:
-Vous êtes une belle bande de salauds et de salopes.
Marti vloekte. Hij had aandachtloos van zijn biertje gedronken waarin een bieke rond zwom dat hij niet had opgemerkt. Het insect had hem in de mond geprikt. Hij had het uitgespuwd op de grond en het lag daar te zieltogen tot het even later stierf.
Marti voelde zich schuldig. Hij hield van bijen die verantwoordelijk waren voor 1/3de van de voedselproductie op de wereld en misschien zelfs meer dan dat.
-Ik had beter moeten oppassen, zuchtte hij met een pijnlijke grimas.
-Marti, assassin d’abeilles! proestte Verbijt verwijtend.
-Ne t’en fait pas, chéri! ANKH!
De woorden van Africana gingen gepaard met enig innig gestreel rond de armen en wangen van Marti.
Michiel keek hem even jaloers aan maar dat was geheel en onnodig overbodig. Het lijfelijke contact tussen mensen was belangrijk en normaal of vanzelfsprekend in bepaalde culturen zoals de Afrikaanse en de Latijnsamerikaanse. Enkel de bange blanke mannen hadden last van het lichamelijk aanraken en waren geobsedeerd door de ongewenste intimiteiten. Ze vonden dat uit den boze en NOT DONE.
-SMETSCHUW of SMETVREES, on a peur de la peau et des odeurs différentes, stelde Lara beslist.
Ze had een avondcursus antropologie gevolgd aan de universiteit van het vrije denken.
-Je transpire, donc je suis, beaamde Marti olijk.
-Lichaam in ontbinding? Vroeg oom Pooris. Hij probeerde een kruiswoordraadsel in het Nederlands in te vullen.
-KADAVER, antwoordde FeeRiet meteen spontaan.
-Klopt als een collectebus van de Partij der Nationaalverminkte Socialen, bevestigde Zegezielke tegenover Joske. Michiel keek kwaad in hun richting.
-ANKH again!
Africana spiegelde haar juweel in het spiegelglas achter de bar.
De wederopstanding der bevrijdende gedachten begin in café De Paardenbloem en ik was er bij! noteerde Marti later die nacht in zijn dagboek.
Marti en zijn vrienden zijn Ankhgetuigen, schreef Dzjimmie in zijn wekelijkse denunciatiebrief aan L.P. 8.



GV
Augustus 2014

Pub New Benfica

maandag 4 augustus 2014

9 stories of a paradise lost










Verhalen uit café De Paardenbloem. 3.UITSTAP TE PARIJS

Verhalen uit café De Paardenbloem
3. Uitstap te Parijs

Verbijt had Marti de oren haast afgezaagd.
-Laat ons samen naar Parijs eens gaan en zoiets bezoeken als de Eiffeltoren, misschien?
Michiel had zich bij deze smeekbede aangesloten. Hij kende een goedkoop hotelleke in het Quatier Latin van even na ’68.
-Bestaat die krocht nog? Had Marti hem plagend gevraagd maar hij kreeg uiteraard geen antwoord.
Afijn, het World Wide Web gaf zoals steeds een oplossing en het 3tal boekte een hotelkamer voor 3, gelegen naast de Champs Elysées voor amper 60 euro de nacht.
Michiel brieste razend dat hij de armste van het stel was (wat eigenlijk niet overeenstemde met de platvloerse realiteit) en dat hij DUS recht had op een korting in zijn aandeel van de kosten, met ander woorden dat de anderen dus meer moesten betalen ten einde zijn aandeel te compenseren want solidariteit was niet enkel een recht maar ook een plicht voor allen, enz…
Een truuk die de anderen ondertussen gewoon geraakt waren en die Michiel ook toepaste op café om te ontsnappen aan het betalen van zijn rondje als het erop aan kwam.
-Hij neemt zijn lidmaatschap van de Nationaalverminkte Socialen echt wel letterlijk, fluisterde Marti in het oor van Verbijt.
-Alle macht aan de Mistletoe! De kunstenaar was in een manische fase van zijn hedendaagse depressie beland en niets of weinig kon hem nog schelen.
-Dus, we…
-Maar ja, met 3 is nog steeds goedkoper dan met 2, zelfs als wij meer betalen dan het zieke 3de lid.
-De ziekte van het 3de been, vatte Marti alles samen. De dichtbundel van zijn collega en vriend Jef Parkiet was hem steeds bijgebleven en hij herhaalde soms hele verzen zomaar uit zijn geheugen geplukt voor de onwillige luisteraars in café Paardenbloem.
-Zullen we Lady Nepjuweel ook uitnodigen? vroeg hij even later.
-1 vrouw en 3 mannen, NO WAY!
Michiel sputterde even tegen want enige perversie in daad en vooral gedachte was hem niet vreemd.
Josie, Joske voor wie haar beter kende, mengde zich zoals steeds ongevraagd en ongewenst begrensd in het gesprek.
-Mannen en vrouwen zijn niet gemaakt om samen te leven of om samen op reis te gaan. Mannen en mannen, dat gaat. Vrouwen met vrouwen ook, alhoewel, dat is al een stuk minder want vrouwen onder mekaar maken meer ruzie dan mannen doen.
Marti zag de woedewolk opstijgen in het gezicht van Anzjel La Bohème, een rijke burgertrut met een luxewoning te Ukkelele en een zogenaamd armoedig kunstenaarsatelier in Schuurbeke, wat haar toeliet zich te profileren in zowel de rijkere als de armere delen van de dorpsstad.
Anzjel en Verbijt lusten mekaar als rauwe lever; de ene was een gans en de andere was een schaap. Michiel kon het best hebben met Anzjel, de ene oplichter begreep de andere een beetje. Voor Anzjel was iedereen die haar niet in het verblindende spotlicht plaatste een vuile macho die haar onrecht aandeed.
Zij schilderde al 30 jaar en vond dat zij daarom recht had op alle egards en exclusieve aandacht. Alle anderen waren walgelijke concurrenten van 2de of 3de allooi, crapuul van de dorpsstraat. Het Internet had alles verziekt en op zijn kop gezet. Iedereen was kunstenaar de dag van vandaag of kon dit alleszins en enigszins pretenderen.
Verbijt ging aanvankelijk mee in dit sublieme drama van de verongelijkte kunstenaar maar Marti had zijn slappe houding gedwarsboomd en op de korrel genomen met een flink pak zout.
-No way, natuurlijk is iedereen kunstenaar! Anzjel, peinsde gij dat ge soms beter zijt dan iemand anders of dat ge meer rechten hebt wegens het afgelegde parcours? Of is het uw afkomst uit de betere kringen die u parten speelt? Moeten we soms allemaal terugkeren naar de cijnskiesrechttijd of zo?
Anzjel was ontploft en de rook cirkelde rond de grote luster van de Paardenbloem.
-Gij stelt van die absurde algemene vragen en geen enkele gaat over mij of over mijn eigen kunst en zielenroerselen. Ik haat dat. Dit is een Xtreme uiting van machisme. Ik heb mijn eigen website en atelier, weet je wat dat betekent? Fulmineerde zij razend.
-Dat stelt helemaal niets voor, madame A.
-Ik ik ik en niet Hik hik hik, boerde oom Pooris in een Bulgaars dialect. Hij had geen geluk met het Bingospel vandaag.
-Zeg Anzjel, is Joske ook een macho en hoe gaat dat dan in het werk? vroeg Verbijt tergend traag.
Josie was een vrouw van 86 die een huwelijk had overleefd van 50 jaar ontrouw en miserie met een Bimlurgse bouwvakker die de Spaanse burgeroorlog was ontvlucht om zijn eigen 1 mansstaat uit te roepen over een vrouw, 3 kinderen en enkele clandestiene abortussen.
Jos was een vrouw des aansziens, een parel van de lokale gemeenschap, die spontaan soep maakte en uitdeelde aan de daklozen; dus hield Anzjel de Verongelijkte wijselijk en ijselijk haar klep dicht. Enkel haar ogen brandden gaatjes in het plafond.
Zegezieleke, een vriendin van Joske, barstte zoals steeds in lachen uit bij ieders verhalen en vertaalde de communicaties en woordenwisselingen in een grappig taaltje voor haar witte poedelhondje. De hond was een echte expert geworden hierdoor in de vreemdste talen. Hij begreep zelfs het Siamees van Josie’s kat.
Anzjel zetelde misnoegd haar weelderige kont op een barkruk en deed haar beklag over al die Egofielen bij FeeRiet die zich in stilte afvroeg wanneer café De Distel weer open ging want Anzjel en co waren afgezakt naar De Paardenbloem wegens de jaarlijkse vakantie van De Distel en FeeRiet besefte dat dit een kwestie was van ongewenste gewenste klandizie van enkele weken “ten hoogste”.
Marti knipoogde speels naar FeeRiet.
-Quand le sucre monte, le ciel se baisse, vulde hij aan.
-Marti, de mislukte, dus gelukte kunstenaar, stamelde Verbijt met dubbele tong.
Anzjel ontplofte opnieuw en imiteerde een 3trapsraket met spijkers in Gaza.


Enkele dagen later gaapte het 3tal dus richting Eiffeltoren te Parijs.
Michiel vond dit een bouwwerk der Sublieme Verlichting, een innovatie van de industriële revolutie en een groots opgezet eerbetoon aan de vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid van de Franslandse Revolutie, enz…
Verbijt had Marti even aangezien. De inwendige zuchten van beiden waren Seinebreed.
-Een onnozele fallus, wierp Marti op.
-Een lelijk, aartslelijk object en een echt vals kunstwerk, vulde Verbijt aan.
-Ja, de mensen kwamen kijken om de lelijkheid van dit kunstwerk te bewonderen, een beetje zoals ze een gedrocht bezochten op een goedkope kermisattractie. De Eiffeltoren was en is het equivalent van de Elephant Man als opzichtig bouwwerk.
-Zeg, zeg, zeg, sputterde Michiel tegen.
-Aldus is het een allegorie van het nutteloze en het geheel overbodige kapitalisme, een stadium in de geschiedenis dat we het best hadden kunnen overslaan als ongewenste horde.
-Maar dat is anti-Merckxsiaans! gilde Michiel uitzinnig.
-Het is vooral anti-kannibaal, mon ami.
Michiel ging dan maar berekend aan de toog hangen van een taverne in de omgeving van het Lelijke Monument want hij kende het 3tarievensysteem in Parijs als geen ander:
op het terras, zeer duur; in het café, duur; aan de toog, iets minder duur.
De bistrot noemde Au Grand Jaures.
Marti merkte bitter op:
-Het is 31 juli 2014 vandaag, 100 jaar na het vermoorden van een eenzame eerzame socialistische pacifist die zich had verzet tegen de waanzin van de zogenaamde grote oorlog die miljoenen de dood indreef ter ere van god, vaderland, koning, keizer, tsaar en president en de kolonies uiteraard.
-Ah ja, mompelde Michiel die probeerde aansluiting te vinden bij zijn beide reisgenoten, qui a tué Jaures?
-Maar neen, Michiel, dat is geweten en de dader kreeg daarenboven gratie, werd unaniem vrijgesproken omdat hij zijn patriottische plicht had vervuld. Zijn moordenaarskopke werd gezegend met heilige kruiskes.
-De vraag is dus: poerkwa on a tué Jaures en poekwa on n’a pas tué, disons Péguy? Ce crétin chrétien et humaniste had zelfs opgeroepen om JJ om zeep te helpen.
Terwijl Michiel zweeg, vroeg een vriendelijke kelner beheersd, nieuwsgierig en oprecht:
-Qui est-ce Jaures? Un Belzje peut-être car je reconnais vos Accents Graves.


GV
Augustus 2014

Pub New Benfica