vrijdag 25 juli 2014

Verhalen uit café De Paardenbloem. 1. MISERIE TROEF EN SOEP MET BALLEN

MISERIE TROEF (een kansarmoedig kaartspel)
en SOEP MET BALLEN

Marti stapte met moeizame tred uit zijn bed alsof het elke dag zijn laatste kon zijn, of die van de wereld, en dus van beiden.
Hij kocht ’s morgens de één of andere krant maar liet die dan ongeopend op een tafel liggen van het terras van het dorpscafé “De Paardenbloem”.
De stamklanten waren dit eigenaardige ritueel ondertussen gewoon geraakt.
Eerst hadden ze dit enigszins vreemd bevonden, daarna hadden de woorden van cafébaas FeeRiet hun een beetje wakker geschud, vervolgens had Marti zelfs een aantal volgelingen gemaakt.
FeeRiet stamde af van een Armeense familie die de eerste moderne genocide van de vorige eeuw had overleefd en hij had het gebaar van Marti ondersteund of verstaanbaar gemaakt met de uitgesproken woorden:
“Ik begrijp dat; ge hebt den dag van vandaag schrik als ge de gazet openslaat of het nieuws ziet: al die ellende en miserie in de wereld en in eigen land; een mens wordt daar niet goed van en er is niets aan te doen behalve te zwijgen misschien.”
Marti has wijselijk niks terug gezegd tenzij lijfelijk, berustend in gedeelde pijn.
“De lichaamstaal van het stille onuitgesproken verdriet” noemde kunstenaar Gust Verbijt dat als hij af en toe een biertje kwam drinken in De Paardenbloem.

Het café werd weldra in het dorp “het café van de ongeopende gazetten” genoemd, wat niet helemaal overeenstemde met de waarheid want sommigen lazen nog steeds de krant maar wat was “waarheid”?
“Een advertentie in de Gouden Gids” schampte Marti als men daarover soms een vraag stelde.
En dus verkozen de meeste klanten niet langer over politiek te praten of te redetwisten.
Verloren moeite en speekselverlies begot.
Men debatteerde dan maar met veel verve over sport en spel. Men gokte urenlang op de Bingo of men speelde met de kaarten, wat leidde tot vele twisten. Opgekropte woede en frustraties kwamen via het kaartspelen naar buiten.
“Ezel, je moet die kaart toch niet spelen. Je moet leren tellen. Ga terug naar school, man!”
“Misschien wil Ezel wel verliezen want wat is er zo geweldig aan het winnen?” vroeg Marti aan niemand in het bijzonder.
“De winnaarmentaliteit van het knekelhuis, daar staan alle gazetten en boekskes vol van en die lezen we dus niet meer” verduidelijkte Verbijt die soms de neiging had het laatste woord te willen uiten.
Ach, die kunstenaars, het zijn allemaal rare kwibussen geweest en zullen dat wellicht blijven ook.
Het was de reflectie van Pieterjan, een Koreaan die zich voordeed als Chinees (waarom wist niemand) en zijn naam had vernederlandst om te bewijzen dat hij een goed geïntegreerde migrant was.
Michiel, een klant die nog steeds de eenakter speelde van de overtuigde politieke militant, zwom tegen de onderstroom in binnen het café en zei pisnijdig:
“Le sport, c’est pour des abrutis!”
Niemand reageerde op de stuntelige provocatie behalve een onthutste Marti:
“La politique rend surtout abruti.”
En voegde hij eraan toe “de berg lijken gemaakt in de naam van idealen reikt ondertussen tot aan de verstopte hemelpoorten.”
Dzjimmie, een jonge priester-arbeider van Congolese afkomst, schudde mistroostig het hoofd.
Hij verzamelde de ongeopende, achtergelaten kranten op de tafels en verdeelde die gratis als een soort van supergoedkope lakens onder de daklozen die kwamen aankloppen aan de deur van zijn evangelische 1woningskerk.
“Zijn ze hier tevreden mee?” had Marti aan Dzjimmie ooit eens aarzelend gevraagd.
“Alle kleine beetjes helpen” was het onverstoorbare antwoord. “Faux faire confiance au bon dieu, mon fils.”
« Ach, het is werkelijk Miserie Troef, de dag van vandaag” vertaalde Marti aan de andere tooghangers.
“Straks koken ze nog soep van die gazetten. Het schijnt dat drukinkt niet zo slecht smaakt” vulde Verbijt aan.
“500 euro! Ik heb 3 zessen en dus 500 euro gewonnen. Patron, een rondje voor iedereen op mijn kosten!” lachte Oom Pooris, een Bulgaarse immigrant die door iedereen graag gezien was omdat hij steeds trakteerde als hij won met het Bingospel.
En de Miserie Troef werd vergeten, ten minste voor heel even, tot de kaarten opnieuw werden bovengehaald voor een nieuw spelletje.
Op hetzelfde moment orakelde de nieuwe pasbenoemde leider der Natie Scheiding Tussen Tafel en Bed
“het is niet omdat ge 65 zijt dat ge geen 85 euro kunt ophoesten voor een buspaske.”
“Eerst de pijn en dan het genot”, zo vertaalde een persmuskiet dat de dag erna.
“Gazettensoep met Ballekes” merkte Verbijt bitter op tegenover Marti die de wereld weer een dag meer had overleefd of was dat nu omgekeerd?

GV
Juli 2014, Pub New Benfica


Geen opmerkingen:

Een reactie posten