dinsdag 25 februari 2014

Le verre de vin offert

Le verre de vin offert

Eén van de meest onderschatte en ondergewaardeerde jobs is te werken als serveerster of «dienster» in een Brusselse horecazaak.
Het woord alleen is weerzinwekkend, een echo van de oudere servitude, lijfeigenen en slavernijtoestanden.

Constant worden er goedkope grapjes gemaakt, van subtiele aard tot ongehoorde, onbeschofte smeerlapperij.

Een dienster mag niet eten of drinken, niet lunchen of buiten een sigaretje gaan roken. Zij bestaat enkel om de klanten te bedienen op de minste van hun armoedige wensen en wenken.
Steeds wordt ze dan opgeëist, teruggefloten, teruggeroepen voor een onnozele pils of plat water, aanstonds NU onmiddellijk !!!

Ik observeer het constante vernederingsproces der bevelen en commentaren met walging.
Sommige migrantenklanten vertonen een erger gedrag dan de rijkere burgers. Plots zijn zij de baas, in controle van iemand in een zwakkere positie. Zij kunnen op hun beurt lekker iemand pesten, zeker als het gaat over een jong Belgies vrouwke. Het feit alleen dat ze werkt in een openbare zaak maakt van haar een hoer, een slet, een beledigbaar object!
Respect is een éénrichtingsstraatje.

VAL NIET IN SLAAP !!! brult een tooghanger tegen Sofie.

Ah, dat is de schuld van meneer Guido, grapt Sofie, hij schonk me een glas uitstekende rode wijn uit. Eerst wilde ik zijn geschenk niet aanvaarden maar hij drong aan en omdat elke klant koning is, dronk ik het glas op zijn en mijn gezondheid.

De brulaap kijkt verbitterd in mijn richting.
Cartuxa is een fantastische wijn die zijn prijs meer dan waard is.

Ik besluit tussen te komen op mijn gekende Vlaamse onbehouwen wijze en wandel traag naar de bar.

Mon Sieur, articuleer ik duidelijk en langzaam, de dienster valt niet in slaap van het glas dat ik haar met heel veel plezier aanbood maar wel van jouw stomvervelende conversaties. Ik ben ervan overtuigd dat als gij ophoudt met zwetsen en zeveren zij plots wakker en heel alert zal worden.

De migrant kijkt me perplex aan, versteend, verlamd, een weinig speeksel druipt zelfs van zijn lippen.

Tu es pétrifié par la vérité? vraag ik hem poeslief.

Sofie schiet in een zwakke verlegen lach, ten slotte moet zij hier blijven werken en kan zich niet te veel heibel permitteren.
Ik zie echter wel de sterrekes blinken in haar jeugdige pretoogjes.

Ik ga terug naar mijn schrijverstafel in het café, vloek me inwendig dood en begin te pennen.


GV
Februari 2014
Pub New Benfica



Geen opmerkingen:

Een reactie posten