zondag 16 februari 2014

COCO

WANNEER COCO BLAFT

Drie klanten komen binnen in het kleine café en vragen na enige tijd of de uitbater soms een hond heeft omwille van de stroom hoge geluidjes die constant de ruimte vullen en de oren teisteren op een tot nu toe ongekende schaal.

Geen hond, maar een oud, dronken vrouwke die hopeloos alleen woorden en geluiden herhaalt tegen niemand in het bijzonder.

Zij slijt haar namiddagen hier, drinkt de ene goedkope pils na de andere, tot haar centen voor die dag op zijn en dan waggelt ze buiten richting appartement waar ze samen woont met een papegaai.

Hoe weet je dat van die papegaai?

Als ze van de dinsdagmarkt komt, zit er in haar grote boodschappentas meestal slechts 1 zak met papegaaienvoer.

Ah!

De oude vrouw proest kirrende geluidjes uit en herhaalt dan DANKE, zo’n 50 maal na mekaar.

Niemand weet waarom.

Soms begint ze te wenen en roept ijl achter haar verdwenen papa en mama. Of ze begint met haar handen te wiegen alsof ze een onzichtbare baby koestert.

Het is een spektakel dat pijn doet aan de ogen van de toeschouwer, een foltering voor de oren ook.

Prroeoeoeorrrroeooeoeoe enz...

Ik vraag me af wat haar leven is geweest want dit stadium is duidelijk iets anders dan een gelukkig slot. Hollywood kan hier niets mee aan vangen.

Ze confronteert iedereen in het café met haar tranende ogen en opgezwollen wangen door een teveel aan goedkope drank.

Ik probeer haar ouderdom te schatten maar dat is moeilijk door al die lagen van levensslijtage.
Ze prevelt in het Frans, ten slotte is dit Brussel, maar als ze af en toe overschakelt naar het Nederlands realiseer ik me dat ze Vlaamse is omwille van een sterk geprononceerd Vloms accent.

Bij het naar buiten strompelen zegt ze tegen iedereen en niemand in het bijzonder BONNE CHANCE.
Niemand reageert behalve ik die een glas rode wijn opheft in haar richting. Ze negeert mijn ogen en kijkt enkel naar het glas.

De oude vrouw is een pratend maar onverstaanbaar meubelstuk van het café geworden. Men aanvaardt haar op dezelfde wijze dat men haar negeert. Als haar ijlen te erg wordt, zet men even de Portugese TV harder of men schakelt over op een CD.
Men wacht geduldig tot ze geen eurocenten meer over heeft voor alvast nog een biertje.
Soms wordt ze boos als ze geld morst op de grond.
Iemand anders heeft dit gedaan, per ekspres! Enkel om haar te pesten!!

Bonne chance. Ze zal het wel weten, hoe broodnodig die wens is, als afspiegeling van de nietigheid en het verdriet van haar eigen bestaan. Is dit wat nu nog rest van het Leven? Wachten op de dood, tussen een Sagres en een Super Bock door?

Heeft praten met haar nog enige zin?
Is ze nog in staat tot communiceren, tot een waarachtig mededelen of zit ze voor immer vast in de schimmen en de loopgraven van haar eigen herinneringen, die ze herhaalt en herhaalt zonder enige zin- richting- en vormgeving?

Zij weet het niet, laat staan dat ik dit weet...



GV
Februari 2014
In café New Benfica




Geen opmerkingen:

Een reactie posten