dinsdag 4 februari 2014

Beethoven

De jeugdherinneringen van Beethoven

1
Ik weiger door het venster te kijken
om niets anders te zien dan de platte realiteit
van 1 X 1 = 1 ?

Dus ik leen een telescoop, steel hem desnoods, en knoop de verbeelding in mijn ogen. Kilometers ver zie ik boven de stad de bergen en boven de bergen de hemel en daaronder wellicht het vermoeden van een zichtbare en onzichtbare oceaan.
In de nu kneedbare ruimte improviseer ik tijd en tijdspannes tussen notenbalken. De noten zal ik later wel invullen.

Muziek is een opgelaten ballon waarmee ik kinderlijk speel.
Ik zie de klanken vooraleer ik ze hoor.
Horen is voor mij dus nooit erg belangrijk geweest …

2
Men heeft van mij gezegd
dat ik me opsloot in mezelf.
Niets is minder waar!
Mijn ruimte ervaarde ik buiten
het eigen lichaam en de benauwende beperktheid
van het ouderlijk huis,
zelfs buiten de stad en zijn paleizen en kerken,
het lag daar buiten, ver daar buiten,
het was dat wat klopte en vloekte in mijn aders,
wat me meteen ook isoleerde van anderen,
want zij voelden niet die hartslag of de passie
van wat ik aanvoelde en veel later neerschreef
in de Pastorale.

3
Ik heb me steeds gevoed als kind
met de ontgoochelingen van mijn ouders.
Dat is niet zo buitengewoon!
Wat men echter niet van mij verwachtte
was de doorleefde herinnering,
de vertaling daarvan in overstijgende muziek.
Ik voedde me als volwassene nooit
aan de moeilijk te genezen ziekte of aandoening
van geheugenverlies op een keldertrap
die enkel leidde naar beneden en nog meer naar beneden.

4
De waarheid van mijn ouders
lag besloten in hun eigen wederzijdse tegenstellingen,
in hun liefde en haat voor mekaar, in het liegen en bedriegen,
in de weerslag daarvan op mij als kind,
wat ik vertaalde in de pijn van de laatste strijkkwartetten.

5
Mijn eigen ongenoegen over de beperktheid
van de ouders voedde een onthutsende gedachte als
AM I ADOPTED VIELLEICHT?
Dat misschien groeide soms uit tot droom,
een valse fantasie of hoop, een fantasme naar iets beters
tot de slagen van het noodlot je wakker schudden:
neen, helaas, mijn ouders waren echt mijn ouders,
ik ben en blijf hun erfgenaam tegen wil en dank.
Gelukkig bestonden er in mijn tijd nog geen DNAtesten,
dus ik kon vluchten in het schuiloord van mijn eigen knagende twijfels, het verzonnen schimmenspel van
«ik heb mijn eigen dode broer vervangen
in een jaar dat ik nog niet geboren werd!»

GV
Februari 2014
Pub New Benfica





Geen opmerkingen:

Een reactie posten