maandag 27 januari 2014

Le temps qui me reste

Le temps qui me reste quand je contemple l’océan

Gebroken arm waarmee ik worstel:

Koning winter geeft zijn troon op,
ontmantelt zijn hulpeloze schelp
in het aanschijn van de broomoceaan,
gekwetste braambes in mijn wiegend droombed.

Verstervende vis in het sterrenstelsel
Vis van Geurende Benauwdheid
droogt mijn uitstervende zon op,
draagt een rugzak vol wetend stof mee,
vallend door de zware zwarte gaten van de tijd,
tot iets wat lijkt op opgeklopt schuimwit naast de kwal,
tekent automatisch voor de vlucht als afdruk
van krimpende vogelpootjes op een noordzeestrand.

Luister naar de geluiden van hun oeverloze ruiters,
als etsen van de perkamenten huid, als afdrukken van een luit.
Zie hun huig trillen in de darmen van een dakloos dier,
als doedelzak en membraan van (ont) wijkend water.

En even later volgt het nader pas nadien.
Later Nader Nadien Nadinne …
Kervend kaartspel dat golven breekt
met de muntsmaak van een minderheid
& zoiets als geelachtig protesterend krijsend krijt
tegen de rotsen van vernauwende betweterige meerderheid.


GV
Januari 2014, Pub New Benfica


Geen opmerkingen:

Een reactie posten