donderdag 10 oktober 2013

MARILYN EN IK

Marilyn en ik

voor Marilyn Dammann


In haar huis droomde zij
van nesten waarin ze sliep
toen ze nog een vogel was.

Het was de uitdrukking van een wens
anders te leven dan een gewone mens.
Soms herleidde zij zich zomaar tot schaduwspel,
dan weer verkleedde zij zich als vogelverschrikker,
maar steeds opnieuw zou zij in de nabijheid eindigen
van een vrije vogel in de beschermende warmte
van het uiterst primitieve nest.

Zij bouwde een armoedige hut in haar hoofd,
een perfecte schuilplaats tegen de vele monsters
die de wereld beheren = beheersen.
Zij had de oorlog van de rijken de rug toegekeerd,
maar steeds keerde die terug in haar bestaan
als een boemerang via de mannen
die zij als geen andere kon beminnen,
het waren allen kindsoldaten, gebroken skeletten
door de herinnering van hun herinneringen,
door het immens onnoembare, het onzegbare,
de horror van het vierkant
dat napalm giet op de cirkel.

Zij wist als geen ander
hoe haar centrum te beschermen.
Hoe haar wortels te behouden.
Zij leefde dus «alleen», ledigde de leegte,
koos voor de eenzaamheid tussen «velen».
Zij bewoonde haar eigen wortels,
opende de aarde tot vagina,
nodigde de anderen uit
om te komen «kijken»
naar de ruimte onder de boom.

Ik begreep haar haast aanstonds
zoals ik een steen aanvoel en begrijp.
Ik werd een vertrouweling,
een hoeder van haar nest,
op 6000 km afstand en meer.
Maar dat speelde helemaal geen rol.
Wij bewoonden immers ongeveer dezelfde breedtegraad!

Ik hoorde de jachthoorn van de winterwinden ruisen
door de telefoon toen ik haar belde voor de allerlaatste winterkeer.
Ik hoor nog steeds de hese rauwheid van haar stem,
de oprechtheid van haar brandend huis als laatste wens,
een terugkeer naar de uitgestoten aarde van de indianen,
iets dat haar lieve, witte kinderen nooit hebben toegelaten,
die bewoonden niet de genen van de vrije, wilde nesten
maar de tamme en getemde huizen van het stomgeslagen westen.



GV

Oktober 2013


Geen opmerkingen:

Een reactie posten